1 | Vegetatie van verfvegen | Gijsbert van der Wal | NRC Handelsblad
2 | This is the land of Confusion | Mischa Andriessen | Schrijver en kunstrecensent voor Het Financieele Dagblad
3 | Esthetica van verval | Jozef Keulartz | Associate Professor Toegepaste Filosofie Universiteit van Wageningen
4 | Kunstbeeld | Anna van Leeuwen |
—————————————————————————————————————————————-
Vegetatie van verfvegen
Gijsbert van der Wal
NRC Handelsblad, 10 januari 2013
Crossing borders – Livingstone Gallery, Den Haag
Soms ziet een schilderij eruit alsof het niet gemaakt is, maar in de loop van de tijd ontstaan. Het verfoppervlak heeft iets natuurlijks, iets toevalligs. In grote delen van de schilderijen van Hugo Tieleman (1982) is zoiets aan de hand. Van dichtbij lijkt het alsof je naar de vloer van een spuiterij kijkt, waar pas nog iemand overheen gelopen is die een vol blik zwarte lakverf niet helemaal recht hield. Tieleman legt zijn doeken dan ook plat op de grond als hij eraan werkt, net als de Amerikaanse action painter Jackson Pollock in de jaren vijftig.
Maar waar de spetters en slierten van Pollock alleen verf waren, daar stellen ze bij Tieleman ook nog iets voor. Zijn grillige drippings zijn tegelijkertijd riethalmen die groen en geel boven zwart water uit steken, of touwen die vanuit de hut op een woonboot slap het water in hangen. De onvoorspelbaarheid van de patronen en vlekken komt hem goed van pas bij het suggereren van wildernis. Mooi voorbeeld van vorm en inhoud die gelijk opgaan, van verf en voorstelling die elkaar versterken.
De meest concrete vormen in deze wildernis zijn gebouwtjes. Maar stel je daar niet te veel van voor. Meestal zijn het een soort hutten, primitieve onderkomens van schots en scheef getimmerde planken. Die planken zijn vaak weer niet meer dan een stel bontgekleurde verfstrepen naast elkaar, en als ze dikker in de verf zitten zien ze eruit als oud hout waar de zoveelste laag kleur op is gezet om verwering tegen te gaan. Het zal wel niet de laatste laag zijn die erop gaat. En met de vegetatie van verf in Tielemans jungle kan het ook nog alle kanten op. Wie bij de Livingstone Gallery in Den Haag zijn schilde- rijen koopt, krijgt thuis iets aan de muur dat gewoon doorgroeit – al was het maar in het hoofd van de kijker.
————————————————————————————————————————————-
This is the land of Confusion
Mischa Andriessen
Schrijver en kunstrecensent voor Het Financieele Dagblad
This is the land of confusion – Achmea kunstruime, Leiden
Kort geleden stonden op de achterpagina van de NRC twee afbeeldingen van wat oude Chinese prenten leken. Het waren sereen aandoende landschappen, grillig maar niet wanordelijk, gehoorzamend aan een eigen logica, zoals de natuur dat nu eenmaal doet. Alleen het waren geen oude landschapsprenten en natuurlijk was het evenmin – het bleken foto’s van de Chinese fotograaf Yao Lu, foto’s van vuilnisbelten.
Toen ik die foto’s zag, moest ik meteen aan het werk van Hugo Tieleman denken. Die heldere geheimzinnigheid – hoe hij het fraaie en fragiele laat samengaan met iets dat verontrustend en vervreemdend is. Tielemans schilderijen zijn vaak juist wel landschappen, ze laten alleen zien hoe de natuur vervormd wordt, hoe er door menselijk ingrijpen iets ontstaat dat tegelijkertijd afschuwelijk en betoverend is.
De zo-even genoemde Yao Lu maakt zijn foto’s als protest tegen milieuvervuiling en vanzelfsprekend zijn ook Tielemans schilderijen als zodanig op te vatten. Toch zijn ze meer dan dat. Als je bij Yao Lu eenmaal weet dat je foto’s van vuilnisbelten ziet en geen landschapsprenten, zie je ook geen landschap meer. Bij Tieleman is dat anders. Kijk naar een recente serie als werken “Trans Niger Pipeline” en je blijft een landschap zien – inderdaad een vervormd en vergiftigd landschap, maar een landschap en een mooi landschap bovendien. De massaal uit de pijp gelekte olie heeft voor een kleurenpracht gezorgd die weliswaar niet natuurlijk maar wel overweldigend is.
Dat iets zo vreselijk ook zo aantrekkelijk kan zijn, werkt verwarrend. Tieleman weet dat, hij heeft deze tentoonstelling niet voor niets “This is the land of Confusion” genoemd, naar een regel uit een lied van Genesis. Een lied dat een aanklacht is; de onachtzaamheid en vernietigende kracht van het menselijk handelen aan de kaak stelt, maar ook een lied waaruit optimisme en daadkracht opklinken, handen uit de mouwen: ‘My generation will put it right,’ zingt Phil Collins namens Genesis. Dat dit makkelijker gezongen dan gedaan is, moge ook duidelijk zijn. Het is de generatie waartoe de mannen van
Genesis behoren alvast niet gelukt. Tielemans verwijzing naar hun hitsingle uit 1986 is dan ook dubbelzinnig. Behalve een nog altijd actuele uitspraak over de tijd waarin we leven, is het ook een bitternuchtere vaststelling dat die uitspraak al eens eerder is gedaan en toen door velen is gehoord. Wie destijds de juiste leeftijd had, herinnert het zich meteen. Dankzij de Spitting-Imagepoppen was de clip van “Land of Confusion” lang niet van het scherm te krijgen. Het nummer is een van Genesis’ grootste hits. Dat we in een verwarrende wereld leven, hadden we al minstens een kwart eeuw kunnen weten.
‘Genesis’ betekent overigens ‘ontstaan.’ Wat Tieleman waarschijnlijk fascineert (en met hem de kijker), is het nieuw soort landschap dat ontstaat uit de samenkomst van verwoesting en organische weerbaarheid. Er is iets vernietigd – en daar moeten we niet te licht over denken- maar er ontkiemt ook iets nieuws. Iets dat op hetzelfde moment angst aanjaagt en ons aanlokt. In de Romantiek noemden ze dat wat tegelijk gevaarlijk en aantrekkelijk is, in één woord: subliem.
Dat sublieme is tweeslachtig, zoals het Romantische haast per definitie tweeslachtig is. Denk alleen maar aan de door architecten ontworpen Romantische tuinen die zo natuurlijk mogelijk moesten lijken; met aangelegde grillige vormen en overwoekerde paden, en graag ook met iets exotisch, een zogeheten Folley; een Turkse bedoeïenentent, een Chinese tempel, of het liefst van al; een nieuw opgetrokken ruïne – om te mijmeren over voorbije tijden, als toppunt van nostalgie; de pijn van het niet daar kunnen zijn waar je wilt zijn.
Dát doet het werk van Tieleman natuurlijk ook. Het confronteert ons met verlies, met iets dat verdwenen is. Maar het appelleert denkelijk ook aan een verlangen, aan de wens dat er meer mogelijk is, of op zijn minst iets anders, dan dat wat je dagelijks waarneemt. Zo is het door de olie aangetaste Nigeriaanse landschap dat hij schildert, een overgangslandschap. Met wat fantasie kun je een voorstelling maken van hoe het is geweest en ook van hoe het eruit zal komen te zien. De krachten – zowel die van de verwoesting als die van de weerbaarheid – zijn nog lang niet uitgewerkt. Op die manier blikt Tielemans werk terug en kijkt het vooruit. Tieleman brengt ons in een soort schemerwereld, een gebied tussen twee werkelijkheden in. Een geweldig aantrekkelijke wereld, een schrikwekkende wereld, wezenloos en veerkrachtig tegelijkertijd. Een Land of Confusion, zo verwarrend, omdat ze meer dan verbeelding vooral ook heel reëel is.
————————————————————————————————————————————-
Een esthetica van verval
Jozef Keulartz
Associate Professor Toegepaste Filosofie Universiteit van Wageningen
Opgezweept door de torenhoge beloften van de zogenaamde “convergerende technologieën” – nanotechnologie, biotechnologie, ICT en cognitieve wetenschappen – lijkt de utopische fantasie op hol geslagen. De oude, vertrouwde natuur maakt plaats voor “next nature”. Technologie en natuur zijn niet langer elkaars tegenpool maar versmelten met elkaar: de technologie wordt biologisch en de biologie technologisch. Onze wereld wordt in toenemende mate bewoond door “artificiële organismen” en “levende machines”. We zullen worden omringd door robots die ons gras maaien, onze kamers stofzuigen en onze demente bejaarden verzorgen. Ons leven zal worden opgevrolijkt door hypoallergene poezen, lichtgevende konijnen, regenbogen op bestelling, boeketjes nanobloemen en kweekvlees. De wereld van de toekomst is bovenal een schone, smetvrije wereld zonder vuilnis en stank, indachtig het credo van de Cradle to Cradle profeten: Waste Equals Food.
Het werk van Tieleman laat zich lezen als kritisch commentaar op deze gladde, gepolijste utopische vergezichten zonder rafelrand of schaduwkant. In zijn schilderijen worden we juist alom geconfronteerd met bouwvallige resten en rondslingerende brokstukken, met rommel en rotzooi.
Dit afval is een teken van ons falen om de natuur via arbeid en technologie restloos tot cultuur te transformeren; het logenstraft de mythe van de universele vooruitgang die wordt voortgestuwd door de vermeende innovatieve kracht van kapitalisme en technologie.
Tielemans door puin en prul overwoekerde schilderijen vertonen affiniteit met vanitas-stillevens, een genre dat in onze Gouden Eeuw ontstond uit calvinistisch onbehagen met de nieuwe overvloed, en dat tegenwoordig aan een comeback bezig is, wellicht uit een vergelijkbaar soort onbehagen. Net als de vanitas-schilderijen met hun bedorven vruchten en verwelkte bloemen waarschuwen Tielemans schilderijen ons voor hoogmoed en hovaardij en herinneren zij ons aan onze nietigheid en vergankelijkheid.
Een verwante traditie waaraan Tielemans werk eveneens schatplichtig is, staat bekend als de “esthetica van het verval”, met ruines als centraal punt van aandacht. Die aandacht is kenmerkend voor een wereld die geobsedeerd is met de toekomst. Het is dan ook geen verrassing dat ruines gedurende de Romantiek, aan de vooravond van de moderne tijd, toen de cyclus van productie en destructie in een hogere versnelling trad, niet langer als apocalyptische symbolen gezien werden, maar in plaats daarvan een nostalgisch karakter aannamen. De pittoreske ruines uit de Griekse en Romeinse Oudheid getuigden van het verstrijken van de tijd, van het gevoel van verlies dat gepaard ging met de almaar voortschrijdende industrialisering en urbanisering. Net als vanitas-stillevens verkondigden ruines de morele boodschap van de futiliteit van vooruitgang en materiële voorspoed in het licht van de eindigheid en ijdelheid der dingen.
Tegenwoordig hebben we met een heel ander type ruines te maken – industriële ruines, die noch apocalyptische noch nostalgische gevoelens wekken maar eerder onbestemde gevoelens oproepen. In industriële ruines verliezen voorwerpen hun vorm en functie, hun textuur en soliditeit. Ook vervagen de grenzen tussen de dingen en gaat dood materiaal een verbinding aan met levend materiaal, met planten en dieren die altijd en overal klaar staan om verlaten plaatsen te bezetten. Industriële ruines worden veelvuldig bezocht door spoken en schimmen: het is de aanwezigheid van de materiële sporen van vroegere bewoners en gebruikers die hun afwezigheid zichtbaar en tastbaar maakt.
Ook in Tielemans werk worden we telkens geconfronteerd met objecten die door processen van verval onherkenbaar veranderd zijn en die een amalgaam vormen met levende materie, vooral plantaardige materie – dieren komen we zelden tegen, alleen een olievogel en een gekooide papagaai. En ook in Tielemans werk waren veel spoken rond: de feestslingers en linten, de gordijnen en kroonluchters, de kisten en houtmijten, de relingen van bruggen, de resten van keten en schuren – al deze raadselachtige objecten in staat van ontbinding prikkelen onze fantasie over mensen die we nooit ontmoet hebben en levens waar we geen idee van hebben.